Verloskunde
8.4 123 waarderingen

Inleiding van de bevalling

De gynaecoloog adviseert een inleiding als de situatie voor uw kind buiten de baarmoeder gunstiger is dan binnen. De bevalling wordt opgewekt als de toestand van uw kind nog goed is en de baby een normale bevalling kan doorstaan. Ook ernstige klachten van uzelf kunnen aanleiding geven tot het inleiden van de bevalling.

Veel voorkomende redenen voor een inleiding zijn:

  • over tijd zijn;
  • langdurig gebroken vliezen;
  • groeivertraging van uw kind;
  • een verslechtering van het functioneren van de placenta.

Inleiden van de bevalling vindt plaats in het Antonius Ziekenhuis, locatie Sneek.

Onderstaande stappen beschrijven wat u van een inleiding kunt verwachten.

De stappen bij 'Inleiding van de bevalling'

Start

Verwijzing

Uw gynaecoloog adviseert een afspraak te maken voor het inleiden van de bevalling. Met het zorgdomeinnummer in de verwijsbrief maakt u een afspraak met de gynaecoloog: 

  • telefonisch;
  • direct via de website.

U ontvangt daarna een afspraakbevestiging.

Direct online een afspraak maken

Ondanks uw afspraak kan het voorkomen dat de verloskamers bezet zijn op de dag dat uw bevalling gepland is. Uw inleiding wordt dan verschoven naar een later tijdstip diezelfde dag of naar de volgende dag.

Het is vervelend als dit gebeurt. Wij zijn echter genoodzaakt om de kwaliteit van zorg hoog te houden en voldoende begeleiding te kunnen bieden. Neem op de dag van de inleiding om 7.00 uur ’s morgens contact op met de verloskamers. U ontvangt dan informatie over de stand van zaken. Dit voorkomt dat u voor niets naar het ziekenhuis gaat.

Telefoonnummer verloskamers: 0515 - 48 83 20

>

Voorbereiding

Neem voor de opname het volgende mee:

  • legitimatiebewijs;
  • zorgverzekeringspapieren;
  • nachtkleding en ondergoed;
  • pantoffels of slippers;
  • toiletartikelen;
  • badjas;
  • fototoestel;
  • kleertjes voor uw baby;
  • maxicosi (pas meenemen bij ontslag).

Ook is het verstandig iets ter ontspanning en tijdverdrijf mee te nemen. De eerste uren zijn er soms nog niet veel weeën en afleiding kan dan prettig zijn.

>

Onderzoek

De gynaecoloog beoordeelt met een inwendig onderzoek of de bevalling op gang gebracht kan worden. Vaak gebeurt dit op de polikliniek.
 U kunt dan al voor de inleiding een kijkje op de verloskamers nemen.

De inleiding is pas mogelijk als de baarmoedermond al een beetje open en verweekt (rijp) is:

  • een onrijpe baarmoedermond is nog lang en voelt stevig aan; staande portio. Meestal is er nog geen ontsluiting;
  • een rijpe baarmoedermond is korter; verstreken portio. Deze voelt weker aan en vaak is er al wat ontsluiting. Het is mogelijk een inleiding af te spreken. 

Als de baarmoedermond onrijp is en er toch een dwingende reden is om de bevalling op gang te brengen, adviseert de gynaecoloog de baarmoedermond rijp te maken.

>

De bevalling

Het op gang brengen van de weeën gebeurt vaak door middel van een infuus. U krijgt een naaldje in een bloedvat van uw hand of onderarm. Hierop wordt een dun slangetje aangesloten. Een pomp dient medicijnen (oxytocine) toe om de weeën op gang te brengen. De dosering gaat stapsgewijs omhoog. Geleidelijk beginnen dan de weeën.

De gynaecoloog kan ook prostaglandinetabletjes of gel in uw vagina brengen. Dit gebeurt op dezelfde wijze als eerder beschreven bij het rijpen van de baarmoedermond.

Controle van het kind en de weeën

De conditie van uw kind met een CTG gebeurt uitwendig, via de buik. Vaak wordt een draadje (schedel-elektrode) op het hoofd van uw kind vastgemaakt om de harttonen te registreren. Dit gebeurt via een inwendig onderzoek waarvoor uw vliezen gebroken worden. U voelt dan warm vruchtwater via de vagina naar buiten stromen. Ook kan de verloskundige of arts een dun slangetje (drukkatheter) in de baarmoeder brengen om de sterkte van de weeën te meten. Dit wordt ook wel met een band om de buik geregistreerd.

Verder verloop

Na het starten van de inleiding verloopt deze bevalling als een normale bevalling. De weeën worden heviger en pijnlijker. U heeft de vrijheid om de weeën op uw eigen manier op te vangen: zittend in een stoel, staand naast het bed of liggend of zittend in bed. Pijnstilling zoals het PCA-pompje of een ruggenprik is gedurende het gehele etmaal beschikbaar.

Uitdrijving

De uitdrijving (het persen) en de geboorte van uw kind en de moederkoek gaan niet anders dan bij een normale bevalling. De geboorte vindt meestal binnen 24 uur plaats. Naarmate de baarmoedermond rijper is, gaat de ontsluiting sneller. De bevalling van een tweede of volgend kind verloopt meestal sneller.

Bij een inleiding met prostaglandinen zijn er vaak eerst harde pijnlijke buiken zonder dat dit ontsluitingsweeën zijn.
 Zijn deze te pijnlijk, dan kunt u om pijnstillers vragen. U krijgt dan een prik met een sterk pijnstillend middel (pethidine) of een ruggenprik.

>

Na de bevalling

Na de geboorte kijkt de arts of verloskundige uw kind na. Als daar een reden voor is, doet de kinderarts dit. Ongeveer een uur na de geboorte van de moederkoek verwijdert de verpleegkundige het infuus.

Meestal kunt u binnen 24 uur weer naar huis, vaak is dit de volgende ochtend. Bij langdurig gebroken vliezen of suikerziekte wordt u verzocht langer te blijven. Uw kind wordt dan een of enkele dagen in het ziekenhuis geobserveerd.

Bij een kind met een laag geboortegewicht of een te vroeg geboren baby duurt de opname op de kinderafdeling soms langer. U mag dan 8 dagen in het ziekenhuis blijven. Informeer bij uw ziekenfonds of verzekering welke periode vergoed wordt. Zo voorkomt u dat u gedeeltelijk zelf moet betalen.

Soms maakt uw eigen gezondheid het nodig om langer te blijven. Als u bijvoorbeeld een hoge bloeddruk heeft, of ruim bloedverlies heeft waarvoor een bloedtransfusie noodzakelijk is.

>

Risico's

Bij elke bevalling kunnen complicaties optreden. Complicaties die met een inleiding samenhangen, zijn:

  • langdurige bevalling; inleiden als de baarmoedermond nog niet goed rijp is, vergroot de kans op een langdurige bevalling. Soms wordt geen volledige ontsluiting bereikt en is een keizersnede noodzakelijk;
  • uitgezakte navelstreng; bij het breken van de vliezen kan de navelstreng uitzakken langs het hoofd van uw kind als dit niet goed is ingedaald, of bij een stuitligging langs het stuitje. Een keizersnede is dan noodzakelijk;
  • beschadiging door het inbrengen van de drukkatheter; als dit slangetje niet goed terechtkomt, kan een bloeding vanuit de moederkoek of beschadiging van de baarmoeder optreden. Dit komt zelden voor. Een keizersnede is dan noodzakelijk;
  • hyperstimulatie; te veel weeën komen snel achter elkaar. Als dit lang duurt, kan zuurstofgebrek bij de baby optreden. De hyperstimulatie wordt niet verholpen door de stand van de infuuspomp te verlagen. Soms is een weeënremmend medicijn noodzakelijk waardoor de weeën met normale pauzes terugkeren;
  • sneuvelen van het infuus; er moet opnieuw een naaldje in uw hand of arm gebracht worden;
  • infectie van uw baarmoeder; langdurig gebroken vliezen vergroten het risico hierop tijdens en na de bevalling;
  • ontsteking op het hoofd of de bil van uw kind; bij de inleiding 
worden via een draadje in de hoofdhuid (of bij stuitligging de bil) van uw baby de harttonen geregistreerd. Een enkele keer ontstaat op die plek een ontsteking. Niet ernstig maar wel vervelend voor uw kind.

De meeste inleidingen verlopen zonder complicaties. De risico's van een ingeleide bevalling zijn niet groter dan van een normale bevalling. De inleiding moet onder goede controle en begeleiding plaatsvinden.

Het is moeilijk te bewijzen of een ingeleide bevalling pijnlijker is.

De bevalling zelf stimuleren

Een veelgestelde vraag is wat u zelf kunt doen om de bevalling op gang te brengen. Dit valt helaas tegen. Het nut van wonderolie bijvoorbeeld, is nooit bewezen en kan vervelende darmkrampen geven.

Een andere mogelijkheid is strippen. De verloskundige of gynaecoloog maakt met de vingers tijdens het toucher de baarmoedermond los van de vliezen. Dit kan pijnlijk zijn. Hierna treedt nogal eens bloedverlies op. Dit kan geen kwaad. Bij een onrijpe baarmoedermond heeft strippen weinig zin.

>

Meer informatie

Uitgebreide informatie vindt u in de folders aan de rechterzijde van de pagina.

Heeft u toch nog vragen? Neem dan gerust contact op met de polikliniek Verloskunde via nummer 0515 - 48 89 83 of kijk bij veelgestelde vragen.

Antonius Ziekenhuis Sneek
Bolswarderbaan 1, 8601 ZK, Sneek
T 0515 - 48 88 88
Antonius Ziekenhuis Emmeloord
Urkerweg 4, 8303 BX, Emmeloord
T 0527 - 62 04 60
Thuiszorg Zuidwest Friesland
Bolswarderbaan 3, 8601 ZK, Sneek
T 0515 - 46 11 00