Verloskunde
8.4 110 waarderingen

Meerlingzwangerschap

Meerlingen ontstaan na bevruchting van meerdere eicellen. Bij een spontane tweelingzwangerschap komen 2 eicellen bij de eisprong vrij die ook bevrucht worden. Erfelijkheid kan hierbij een rol spelen. De kans op een meerlingzwangerschap is het grootst bij zwangerschapsbevorderende behandelingen. 

Er kan sprake zijn van een twee-eiige of drie-eiige meerling, een eeneiige tweeling of een drieling bestaande uit een eeneiige tweeling en een derde kind uit een andere eicel.

Zwangerschapscontrole en bevalling bij een meerlingzwangerschap vinden (zonder ernstige complicaties) plaats in het Antonius Ziekenhuis, locatie Sneek.

Onderstaande stappen beschrijven het verloop en de bevalling van een meerlingzwangerschap.

De stappen bij 'Meerlingzwangerschap'

1 - 2 weken

Verwijzing

Uw huisarts of verloskundige verwijst u in verband met uw meerlingzwangerschap door naar de gynaecoloog. Met het zorgdomeinnummer in de verwijsbrief maakt u een afspraak met de gynaecoloog: 

  • telefonisch;
  • direct via de website.

U ontvangt daarna een afspraakbevestiging.

Direct online een afspraak maken

Neem naar uw afspraak het volgende mee:

  • geldig legitimatiebewijs; 
  • zorgpas/verzekeringsbewijs;
  • ziekenhuisstickers;
  • actueel overzicht van uw medicijnen.
>

Ontdekking

Een meerling wordt soms al vroeg in de zwangerschap bij echoscopisch onderzoek ontdekt. Ook kan de baarmoeder sneller groeien dan verwacht. Echoscopisch onderzoek toont dan pas later in de zwangerschap een meerling aan. In zeldzame gevallen blijft een meerling de hele zwangerschap onopgemerkt. Pas bij de bevalling blijkt dat er meer dan één kind in de baarmoeder zit.

Als een meerling vroeg in de zwangerschap (voor 7 weken) wordt ontdekt, groeit bij 10-20 procent van de zwangerschappen een van de vruchtjes niet door. Het komt niet naar buiten maar wordt in het lichaam opgeruimd en verdwijnt. Dit kan met bloedverlies gepaard gaan. Bij de bevalling is niets meer van het vruchtje terug te vinden. Voor de andere vrucht(en) zijn er voor zover bekend geen gevaren.

>

Zwangerschap

Een meerlingzwangerschap vraagt meer dan een eenlingzwangerschap. In het begin van de zwangerschap is er een grotere kans op misselijkheid, braken en moeheid. Omdat de baarmoeder snel groeit, komen in de loop van de zwangerschap harde buiken, moeheid en slecht slapen voor. Zwangerschapsstrepen op de huid (striae) ontstaan sneller dan bij een eenlingzwangerschap.

De gemiddelde zwangerschapsduur is bij een tweeling 37, bij een drieling 34 en bij een vierling 31 weken. De kans op complicaties is bij een meerlingzwangerschap groter dan bij een eenlingzwangerschap. De belangrijkste complicaties zijn vroeggeboorte en het achterblijven in groei. Andere problemen die vaker voorkomen, zijn een hoge bloeddruk en bloedarmoede.

Algemene adviezen

Bij een meerlingzwangerschap kunt u alles kunt blijven doen zoals werk, sport, seks en fietsen. Zorg goed voor uzelf en luister naar uw lichaam. Verder in de zwangerschap kunt u wellicht minder door moeheid, klachten of de grote buik die hinderlijk wordt. De gynaecoloog adviseert om rond 28 weken activiteiten zoals werk buitenshuis aan te passen of te stoppen. Heeft u een druk gezin met andere kinderen? Schakel dan extra hulp in tegen het einde van de zwangerschap om uzelf te ontlasten.

Zwangerschapscomplicaties

De belangrijkste complicaties bij een meerlingzwangerschap zijn vroeggeboorte, achterblijven in groei en een hoge bloeddruk in de tweede helft van de zwangerschap. Een speciale complicatie van een monochoriale tweeling is een TTS.

Vroeggeboorte

Een vroeggeboorte is het gevolg van spontane voortijdige weeën. Harde buiken die pijnlijker en regelmatiger zijn dan normaal, bloed- en/of slijmverlies en vruchtwaterverlies betekenen dat de bevalling op gang aan het komen is. De kans op een spontane vroeggeboorte is sterk verhoogd bij een drieling en nog sterker bij een vierling.

In sommige gevallen kan het nodig zijn om een pessarium (ring) te plaatsen om de baarmoedermond te ondersteunen om zo de kans op een vroeggeboorte te verminderen. 

Soms vindt de gynaecoloog het raadzaam in te grijpen vanwege een ernstige groeiachterstand van een of alle kinderen. Mede door vroeggeboorte hebben meerlingkinderen een lager geboortegewicht en is de kans op sterfte groter. 8 procent van de tweelingen weegt minder dan 1500 gram bij de geboorte. Van de drielingen is dat 30 en van vierlingen maar liefst 55 procent.

Groeiachterstand

Tweelingen groeien vanaf ongeveer 32 weken zwangerschap langzamer dan eenlingen. De oorzaak is niet bekend maar kinderen van een meerlingzwangerschap wegen bij de geboorte minder zwaar dan eenlingen bij dezelfde zwangerschapsduur.

Bij echoscopisch onderzoek kan blijken dat een of meer kinderen te weinig groeien. De gynaecoloog adviseert dan regelmatige poliklinische controles of opname in het ziekenhuis om de conditie van de kinderen goed te controleren. De harttonen van de kinderen worden regelmatig geregistreerd (CTG). Ook wordt echoscopisch onderzoek en eventueel doppler-onderzoek regelmatig herhaald. De gynaecoloog beoordeelt steeds de bevindingen van de onderzoeken. Blijkt dat de conditie van een van de kinderen achteruitgaat, dan wordt dat met u besproken.

Is de zwangerschap verder dan 33-34 weken gevorderd, dan luidt het advies bijna altijd om de zwangerschap te beëindigden. De medische afwegingen voor een vaginale bevalling of een keizersnede bespreekt de gynaecoloog met u.

De situatie bij een zwangerschapsduur van minder dan 33-34 weken is moeilijk als het voor het kleinste kind het beste is om geboren te worden, terwijl het grootste kind hier nog niet aan toe is. Overleg vindt plaats over hoe het beste gehandeld kan worden en welke gezondheidsproblemen bij de kinderen te verwachten zijn. Bij deze zwangerschapsduur wordt soms een injectie met corticosteroïden geadviseerd ter bevordering van de longrijping van de kinderen.

>

Zwangerschapscontroles

Als u zwanger bent van een meerling, bent u onder controle bij de gynaecoloog. Bij een meerlingzwangerschap vinden vaker controles plaats. Bij elk bezoek wordt de bloeddruk gemeten. Indien nodig vindt ook controle van het gewicht en de urine plaats.

Omdat bij een tweelingzwangerschap vaak bloedarmoede voorkomt, krijgt u ijzertabletten en extra foliumzuur. Met regelmatig echoscopisch onderzoek wordt de groei van de kinderen bijgehouden.

In het begin van de zwangerschap probeert men het tussenschot tussen de kinderen te beoordelen. Bij onvoldoende groei krijgt u tijdens het echo-onderzoek een doppler-onderzoek. De bloeddoorstroming in de navelstreng wordt dan gemeten. Dit geeft de arts extra informatie over het functioneren van de placenta. Ook wordt de lengte van de baarmoedermond gemeten om inzicht te krijgen in de kans op vroeggeboorte.

Vermoedt de arts een monochoriale tweeling, dan krijgt u rond de 18e zwangerschapsweek uitgebreid echoscopisch onderzoek. Er bestaat een iets verhoogde kans op een aangeboren afwijking.

>

De bevalling

Bij een tweelingzwangerschap kunt u normaal bevallen tenzij er een groeiachterstand is. Bij 80 procent van de tweelingen ligt het eerste kind met het hoofd naar beneden. Bij 60 procent liggen beide kinderen in hoofdligging. Ze kunnen ook allebei in stuitligging liggen of de eerste in stuit- en de tweede in hoofdligging. De gynaecoloog bespreekt in dat geval of een keizersnede nodig is.

De bevalling van een drieling verschilt per ziekenhuis en gebeurt soms normaal, soms per keizersnede. Bij een vierlingzwangerschap wordt altijd voor een keizersnede gekozen. 

Een vaginale bevalling begint net als bij een eenlingzwangerschap met ontsluitingsweeën die zorgen dat de baarmoedermond opengaat. Bij volkomen ontsluiting begint de uitdrijving van uw eerste kind. Als het eerste kind geboren is, controleert de gynaecoloog de ligging van het tweede kind. Soms duurt het even voordat de uitdrijvingsweeën opnieuw op gang komen. Tijdens de bevalling worden de harttonen van beide kinderen nauwkeurig gecontroleerd door middel van een CTG. Pas na de geboorte van het tweede kind worden de placenta’s geboren.

Mogelijke problemen

Als gevolg van de grote uitzetting van de baarmoeder zijn de ontsluitings- of uitdrijvingsweeën soms niet sterk genoeg. De arts maakt deze krachtiger door middel van een medicijn dat via een infuus toegediend wordt. Ook na de bevalling wordt dit middel gebruikt om de uitgerekte baarmoeder goed te laten samentrekken en veel bloedverlies te voorkomen.

Soms daalt het tweede kind niet met het hoofd of de stuit in het bekken in blijft het dwars liggen. Er zijn dan 2 mogelijkheden:

  • de gynaecoloog doet alsnog een keizersnede;
  • de gynaecoloog pakt via de vagina in de baarmoeder een of twee beentjes van het kind vast en haalt het tweede kind zo voorzichtig naar buiten.
>

Na de bevalling

Na een normale vaginale bevalling van een tweeling kunt u de kraamperiode thuis doorbrengen. Geef als u kraamhulp aanvraagt al aan dat u een meerling verwacht. Bespreek tevens de mogelijkheden van zo uitgebreid mogelijke kraamhulp: u heeft dit zeker nodig. Bij opname op de kinderafdeling van een of meer kinderen kunt u een deel van de kraamperiode in het ziekenhuis blijven om zo dicht mogelijk bij uw kinderen te zijn.

Borstvoeding

Ook een meerling kan borstvoeding krijgen. Als de kinderen op de kinderafdeling liggen, kunt u de borstvoeding afkolven. In het Antonius Ziekenhuis is een lactatiekundige die u meer informatie geeft. Dit komt ook ter sprake bij het intake gesprek bij de verloskundige op onze polikliniek.

De eerste periode thuis 

De eerste periode thuis met een meerling is vaak zwaar. Roep de eerste tijd dan ook zoveel mogelijk hulp in bij de verzorging van de kinderen. Het is verstandig dit al tijdens de zwangerschap te bespreken. Ook is het raadzaam om contact op te nemen met de vereniging van meerlingouders. 

Antonius Ziekenhuis Sneek
Bolswarderbaan 1, 8601 ZK, Sneek
T 0515 - 48 88 88
Antonius Ziekenhuis Emmeloord
Urkerweg 4, 8303 BX, Emmeloord
T 0527 - 62 04 60
Thuiszorg Zuidwest Friesland
Bolswarderbaan 3, 8601 ZK, Sneek
T 0515 - 46 11 00