Verloskunde
8.4 123 waarderingen

Meer informatie over meerlingen

Meerlingen ontstaan na bevruchting van meerdere eicellen:

  • twee-eiige meerling of tweelingzwangerschap: bevruchting van 2 eicellen
  • drie-eiige meerling of drielingzwangerschap: bevruchting van 3 eicellen
  • eeneiige tweeling: uit één bevruchte eicel groeien 2 kinderen.
  • een combinatie: een drieling bestaat uit een eeneiige tweeling en een derde kind uit een andere eicel.

De meeste spontane tweelingzwangerschappen ontstaan doordat 2 eicellen bij de eisprong vrijkomen én bevrucht worden. Hierbij speelt erfelijkheid via de familie van de vrouw een rol. De kans op een tweelingzwangerschap neemt toe met de leeftijd; voor een 25-jarige vrouw ongeveer 1 op 90, voor een 40-jarige vrouw 1 op 60.

Behandelingen die het ontstaan van zwangerschap bevorderen, vergroten de kans op een meerlingzwangerschap het meest. De groei van meerdere eicellen wordt met hormonen gestimuleerd. Deze worden spontaan of in het laboratorium bevrucht. Bij reageerbuisbevruchting (IVF en ICSI) plaatst men 2 of soms meer in het laboratorium bevruchte eicellen in de baarmoeder.

Van elke 1000 zwangerschappen in Nederland zijn er ongeveer 15 een tweelingzwangerschap. Spontane drielingzwangerschappen zijn zeldzaam: gemiddeld 20-25 per jaar. De meeste zwangerschappen van 3 of meer kinderen zijn het gevolg van zwangerschapsbevorderende behandelingen. 

Soorten meerlingen

In de baarmoeder bevindt zich rond het vruchtwater een vruchtzak. Deze bestaat uit een dun binnenste en een dikker buitenste vlies. Afhankelijk van het type meerlingzwangerschap zijn er drie typen tweelingen:

  • bichoriale-diamniotische tweeling; bij een twee-eiige (en soms ook eeneiige) tweeling zitten rond ieder kind 2 vruchtvliezen. Het tussenschot tussen het vruchtwater van beide kinderen bestaat uit 4 vliezen;
  • monochoriale-diamniotische tweeling; bij een eeneiige tweeling is er maar één buitenvlies en bestaat het tussenschot uit 2 dunne binnenvliezen. De kinderen liggen dan wel in 2 vruchtzakken;
  • monochoriale-monoamniotische tweeling; bij een eeneiige tweeling is geen tussenschot en liggen beide kinderen in één vruchtholte. Dit komt niet vaak voor.

Vroeg in de zwangerschap wordt met echoscopisch onderzoek de dikte en vorm van het tussenschot tussen de vruchtzakken bepaald. Men weet dan ook of de tweeling bichoriaal of monochoriaal is. Dit is van belang omdat de kans op complicaties bij een monochoriale tweeling groter is. Later in de zwangerschap is beoordeling van de dikte van het tussenschot vrijwel onmogelijk.

Hoe is duidelijk of de tweeling een- of twee-eiig is? 2 kinderen met verschillend geslacht zijn altijd twee-eiig. 2 kinderen van hetzelfde geslacht met ieder 2 vruchtvliezen kunnen zowel een- als twee-eiig zijn. Bij één vlies is altijd sprake van een eeneiige tweeling. 

Als dit na de geboorte niet duidelijk is, wordt het bloed van beide navelstrengen onderzocht op bloedgroep en rhesusfactor. Verschillen deze, dan is de tweeling twee-eiig. Zijn ze hetzelfde, dan is de kans groot dat het om een eeneiige tweeling gaat.

Antonius Ziekenhuis Sneek
Bolswarderbaan 1, 8601 ZK, Sneek
T 0515 - 48 88 88
Antonius Ziekenhuis Emmeloord
Urkerweg 4, 8303 BX, Emmeloord
T 0527 - 62 04 60
Thuiszorg Zuidwest Friesland
Bolswarderbaan 3, 8601 ZK, Sneek
T 0515 - 46 11 00