Gyneacologie
8.4 110 waarderingen

Behandelings-hysteroscopie

U heeft een afspraak voor een behandelings-hysteroscopie. De gynaecoloog bekijkt en behandelt uw baarmoeder via een holle buis (operatie-hysteroscoop). Deze wordt via de vagina ingebracht. De hysteroscoop sluit de gynaecoloog aan op een camera. Het verloop van de operatie is nu via een beeldscherm te volgen. De ingreep vindt meestal plaats onder narcose of met een ruggenprik.

 

Er zijn verschillende redenen voor een behandelings-hysteroscopie:

 

  • verwijderen van poliepen en myomen (vleesbomen) van beperkte omvang;
  • behandelen van het slijmvlies van de baarmoeder;
  • opheffen van verklevingen in de baarmoeder;
  • verwijderen van een tussenschot of een spiraaltje in de baarmoeder.

 

De kleinere ingrepen vinden meestal in dagbehandeling plaats. Voor grotere ingrepen is soms een langere opname nodig, op de locatie Sneek.

 

Onderstaand stappenplan beschrijft wat u verder van het onderzoek kunt verwachten.

De stappen bij 'Behandelings-hysteroscopie'

Start

Verwijzing door huisarts of specialist

Uw arts vraagt een behandelings-hysteroscopie voor u aan. Hiervoor ontvangt u een verwijzing. Met het Zorgdomeinnummer in de verwijsbrief maakt u de afspraak voor de behandeling:

 

  • telefonisch;
  • direct via onze website.

 

U ontvangt daarna een bevestiging van de gemaakte afspraak. Informatie over de behandeling krijgt u van uw specialist of ontvangt u thuis.

 

Direct online een afspraak maken

>

Voorbereiding

Medicijnen

Soms krijgt u voor de operatie een voorbehandeling van het slijmvlies met anti-hormonen. Deze doen de situatie van de periode na de laatste menstruatie na. De eierstokken maken tijdelijk geen hormonen meer aan. Hierdoor wordt het baarmoederslijmvlies dunner en is de behandeling makkelijker.

 

De medicijnen kunnen bijwerkingen hebben, zoals opvliegers en (vooral 's nachts) transpireren. Ook kan de vagina droger aanvoelen. Na de operatie stopt u met de medicijnen. De werking van de eierstokken wordt normaal en de bijwerkingen verdwijnen. Ook krijgt u weer maandelijkse bloedingen. Als hevig bloedverlies de reden voor de operatie was, dan zal dit na de ingreep minder hevig zijn. Na behandeling van het baarmoederslijmvlies blijft de menstruatie soms helemaal weg.

 

Planning

De hysteroscopische operatie gebeurt bij voorkeur niet tijdens de menstruatie. Bij abnormaal bloedverlies treedt tijdens de ingreep vaak bloedverlies op. Dit is geen probleem. Heeft u een kinderwens, dan vindt de ingreep bij voorkeur in de eerste helft van de cyclus plaats. Dit is vóór de eisprong. Er is dan nog geen bevruchte eicel aanwezig die zich kan innestelen. Tijdens zwangerschap vindt de behandeling niet plaats.

 

Direct een laparoscopie

Bij grotere hysteroscopische operaties bekijkt de gynaecoloog soms de buikholte met een laparoscoop (kijkbuis). De gynaecoloog controleert of bij het gebruik van de hysteroscoop geen gaatje in de wand van de baarmoeder ontstaat. U hoort vooraf of de laparoscopie gepland wordt. Het kan zijn dat tijdens de operatie blijkt dat een laparoscopie nodig is.

 

Ruggenprik of narcose?

De behandelings-hysteroscopie gebeurt onder narcose of spinale of epidurale anesthesie (ruggenprik). Bij deze laatste 2 vormen van verdoving bent u wakker en kunt u de operatie via een scherm volgen. Uw gynaecoloog adviseert u bij de keuze. Als u ook een laparoscopie krijgt, gaat u volledig onder narcose.

 

Preoperatief spreekuur bij de anesthesist

Bij een ruggenprik en narcose testen we vooraf uw gezondheid. De anesthesist stelt enkele vragen. Soms vindt bloedonderzoek of een lichamelijk onderzoek plaats. Ook aanvullend onderzoek kan nodig zijn, zoals een ECG (hartfilmpje).

>

De dag van het onderzoek

Op de dag van het onderzoek meldt u zich bij de afdeling Gynaecologie. De verpleegkundige vangt u op en brengt u naar de operatiekamer. De gynaecoloog doet eerst inwendig onderzoek. Zo beoordeelt de arts de grootte en de stand van de baarmoeder. De arts brengt een speculum (spreider) in de schede en daarna de operatie-hysteroscoop in de baarmoederholte. Via deze holle buis behandelt de gynaecoloog de afwijking. De buis heeft een doorsnede van 6 tot 10 millimeter. Hierdoor brengt de arts vloeistof in en instrumenten zoals tangetjes, schaartjes of kleine lisjes. De hysteroscoop wordt op een camera aangesloten zodat het verloop van de operatie via een een monitor is te volgen.

>

Kleinere operaties

De gynaecoloog voert nu een van de volgende behandelingen uit:

 

Kleinere operaties

  • Verwijderen van een poliep of een klein myoom. Een poliep is een bijna altijd goedaardige uitstulping van het baarmoederslijmvlies. Een gesteeld myoom is een vleesboom in de holte van de baarmoeder die met een steeltje aan de wand vastzit. Beiden zijn een oorzaak voor abnormaal bloedverlies. De gynaecoloog verwijdert deze met een elektrisch verhit lisje, een schaartje of een ander instrument.
  • Opheffen van geringe verklevingen in de baarmoederholte (syndroom van Asherman). Dunne verklevingen tussen de voor- en de achterwand van de holte zijn eenvoudig door te knippen.
  • Verwijderen van een spiraal (IUD) waarvan het touwtje niet te vinden is. De gynaecoloog zoekt het spiraaltje op met behulp van de hysteroscoop en kan deze meestal met een klein tangetje pakken en verwijderen. Als een spiraaltje erg vastzit in de wand van de baarmoeder, is de ingreep gecompliceerder.
>

Grotere operaties

Voor deze operaties kunt u opgenomen worden. U kunt dan niet dezelfde dag naar huis.

 

  • Verwijderen van myomen (vleesbomen). Dit zijn goedaardige spierknobbels aanwezig aan het buitenoppervlak, in de spierwand of binnenkant van de baarmoeder, of uitpuilend in de baarmoederholte. Een myoom dat uitpuilt in de baarmoederholte veroorzaakt vaak menstruatieproblemen. Alleen myomen die voor een (groot) deel in de baarmoederholte liggen, zijn hysteroscopisch te verwijderen. De zwaarte van de operatie hangt af van de grootte en de dieptegroei in de spierwand.

    De behandeling lukt vaak niet in één keer. De gynaecoloog verwijdert het myoom dan voor een deel en in de tweede operatie de rest. Tijdens de ingreep ontstaat een wond waarin bloedvaten open staan. Het vocht waarmee de arts de baarmoederholte vult, gaat gedeeltelijk via deze vaten de bloedbaan in. Teveel vocht in de bloedsomloop is een belasting voor het hart omdat het meer vocht moet rondpompen. Bij een maximale hoeveelheid vocht in de bloedbaan moet de gynaecoloog de operatie stoppen.

    Er kan ook sprake zijn van ruim bloedverlies tijdens de operatie. Dit maakt verder opereren moeilijk. Soms brengt de arts na de ingreep een ballonkatheter in de baarmoeder. De ballon wordt met vocht gevuld en drukt bloedende vaatjes aan de binnenzijde van de baarmoeder dicht. Dit geeft een kramperig gevoel in de onderbuik. Uit de katheter die via de vagina naar buiten komt, kan bloed komen. U kunt gewoon plassen. De katheter wordt meestal de dag na de operatie verwijderd.
  • Het verwijderen van een tussenschot (septum) in de baarmoeder. Dit tussenschot is soms een oorzaak voor zwangerschapsproblemen. 
  • Opheffen van ernstige verklevingen in de baarmoederholte (syndroom van Asherman). Bij ernstige verklevingen zijn de voor- en achterwand geheel met elkaar verkleefd. De operatie lukt meestal niet in één keer.
  • De gynaecoloog verwijdert grotere poliepen.
2-4 weken

Na de behandeling

De eerste dagen na de behandeling kunt u een gevoelige onderbuik hebben. Na een laparoscopie (kijkoperatie) kan uw schouder pijnlijk zijn. Meestal heeft u enige tijd vaginaal bloedverlies. Dit kan enkele weken aanhouden. Na afloop van het bloedverlies heeft u vaak nog wat bruinige afscheiding.

 

Soms schrijft de gynaecoloog voor een maand hormonen voor om het slijmvlies van de baarmoederholte te laten herstellen. Dit is vergelijkbaar met een zwaardere pil. De menstruatie die hierna komt, kan hevig zijn.

 

Na een operatie voor een verkleving kan de gynaecoloog een spiraaltje plaatsen. Hiermee worden nieuwe verklevingen in de baarmoeder voorkomen. Na één van de eerstvolgende menstruaties wordt het spiraaltje verwijderd.

 

Heeft u geen bloedverlies of vieze afscheiding meer, dan kunt u geslachtsgemeenschap hebben. Zolang uw buik nog gevoelig is, kan dit wel pijnlijk zijn.

 

Omdat de hysteroscopische operatie via de vagina wordt uitgevoerd, zijn er geen hechtingen. Is er ook een laparoscopie verricht, dan heeft u hechtingen in de buikwand. De hechtingen lossen vanzelf op. Na een week mag u het overgebleven hechtdraad met een pincetje verwijderen.

 

Reken op een herstelperiode van een week. Extra hulp in de huishouding na thuiskomst uit het ziekenhuis is meestal niet noodzakelijk. Na enkele weken heeft u een controle-afspraak, op de polikliniek of telefonisch.

>

Complicaties

Zoals bij iedere operatie kunnen ook bij de behandelings-hysteroscopie complicaties optreden. Gelukkig zijn deze zeldzaam.

 

  • Abnormaal bloedverlies; na afloop zit er vaak een wond aan de binnenkant van de baarmoeder of wondjes in de baarmoederhals. Dit geeft bloedverlies. Is dit meer dan een flinke menstruatie, neem dan contact op met de polikliniek via nummer 0515 - 48 89 83.
  • Perforatie; tijdens de behandeling ontstaat een gaatje in de wand van de baarmoeder. Meestal geneest dit vanzelf. Een groter gat wordt operatief gesloten. Narcose is dan noodzakelijk. Vaak gebeurt dit met een laparoscopie. Soms is een buikoperatie via een bikinisnee nodig om de bloeding te stelpen. Dit komt vooral voor bij ernstige verklevingen of diep in de wand gelegen myomen. De gynaecoloog moet na een perforatie stoppen met de operatie. Dit betekent dat een tweede operatie nodig is. 
    Een zeer zeldzaam gevolg van een perforatie is beschadiging van de darm of blaas. Dit vraagt extra zorg en een langere ziekenhuisopname.
  • Een ontsteking of infectie is bij elke ingreep een mogelijke complicatie. Bij een hysteroscopische operatie komt dit weinig voor. Koorts en hevige buikpijn wijzen op een ontsteking. Neem bij deze verschijnselen direct contact op met het ziekenhuis. Behandeling met antibiotica is dan noodzakelijk.
  • Overgevoeligheid; sommige vrouwen zijn overgevoelig voor jodium of voor de vloeistof die wordt ingebracht. Geef dit voor de operatie aan zodat de arts er rekening mee kan houden. Kenmerken van overgevoeligheid zijn ongebruikelijke duizeligheid, hartkloppingen of onwel bevinden. Deze treden soms pas na thuiskomst op. Neem in dat geval contact op met de polikliniek of spoedeisende hulp (0515 - 48 88 88).
  • Een zeldzame complicatie is overvulling van de bloedcirculatie. De vochtbelasting voor het lichaam is dan te groot. Dit komt vooral voor bij de verwijdering van een myoom en bij endometriumresectie. De vloeistof waarmee de gynaecoloog de baarmoeder vult, komt gemakkelijk in de bloedbaan terecht. Als dit teveel wordt, stopt de operatie. Meestal kan het lichaam dit vocht gemakkelijk kwijt. Een plaspil kan noodzakelijk zijn. Een enkele keer is extra intensieve zorg na de operatie noodzakelijk.
  • Syndroom van Asherman; bij operaties in de baarmoeder kunnen littekens ontstaan in de vorm van verklevingen. Deze complicatie is zeer zeldzaam en komt alleen voor na een hysteroscopische verwijdering van een myoom. In ernstige gevallen kan het menstruatiebloed ten gevolge van de verklevingen niet naar buiten.
>

Meer informatie

Uitgebreide informatie vindt u in de folders aan de rechterzijde van de pagina. Heeft u nog vragen? Neem dan gerust contact op met onze afdeling via nummer 0515 - 48 89 83 of kijk bij veelgestelde vragen.

jeroen van de riet (1)
J.E. van de Riet Gynaecoloog Aandachtsgebieden

Laparoscopie (kijkoperatie in de buik), hysteroscopie (kijkoperatie in de baarmoeder), oncologie

SChukken
T. Schukken Gynaecoloog Aandachtsgebieden

Oncologie, minimaal invasieve chirurgie, laparoscopie (kijkoperatie in de buik), vulva afwijkingen

Wortelboer
M.J.M. Wortelboer Gynaecoloog Aandachtsgebieden

Fertiliteit, (vruchtbaarheidsproblematiek), bekkenbodemproblemen, kindergynaecologie

Sneek Emmeloord
Vestiging Sneek
Routebeschrijving Bolswarderbaan 1
0515 - 48 89 83
Route 37
Hoe snel word ik geholpen?
De huidige toegangstijd is 1 week
Antonius Ziekenhuis Sneek
Bolswarderbaan 1, 8601 ZK, Sneek
T 0515 - 48 88 88
Antonius Ziekenhuis Emmeloord
Urkerweg 4, 8303 BX, Emmeloord
T 0527 - 62 04 60
Thuiszorg Zuidwest Friesland
Bolswarderbaan 3, 8601 ZK, Sneek
T 0515 - 46 11 00