Verloskunde
8.4 127 waarderingen

Stuitligging

Bij een stuitligging ligt het hoofd van uw baby boven in de baarmoeder, terwijl de billen of benen bij de ingang van het bekken liggen. De meeste baby’s draaien tijdens de zwangerschap zelf om. Omstreeks de uitgerekende datum ligt ongeveer 3 procent van de baby’s in stuitligging. 

U kiest samen met de gynaecoloog voor het eventueel draaien van uw baby. Lukt dit niet, dan overlegt u welk type bevalling het beste past; een vaginale bevalling of keizersnede.

De behandeling door de gynaecoloog vindt plaats in het Antonius Ziekenhuis, locatie Sneek.

Onderstaande stappen beschrijven het proces van draaien en de bevalling.

De stappen bij 'Stuitligging'

Start

Wat is een stuitligging?

Er zijn verschillende soorten stuitliggingen:

  • bij een volkomen stuitligging zijn de knieën van de baby gebogen zodat de voeten naast de billen liggen;
  • bij een onvolkomen stuitligging zijn de benen van de baby omhoog gestrekt met de voeten naast het hoofd;
  • bij een half (on)volkomen stuitligging is één been in de houding van de volkomen stuitligging en één been in de houding van de onvolkomen stuitligging;
  • bij een voetligging zijn de benen van de baby gestrekt zodat één of beide voeten onder de billen van de baby ligt of liggen.

Hoe vaak komt een stuitligging voor?

Vroeg in de zwangerschap liggen veel baby’s in stuitligging. De meeste baby’s draaien tijdens de zwangerschap zelf om. Omstreeks de uitgerekende datum ligt ongeveer 3 procent van de baby’s in stuitligging. De reden hiervan is bij meer dan 85 procent van de zwangeren onbekend.

Een stuitligging komt vaker voor bij:

  • een meerlingzwangerschap;
  • een afwijkende vorm van de baarmoeder of van het bekken;
  • een placenta of myoom (vleesboom) voor de ingang van het bekken;
  • aangeboren afwijkingen van het kind.

Als uw baby bij 36 weken nog in stuitligging ligt, krijgt u een echoscopisch onderzoek via de buik. De gynaecoloog kijkt of er duidelijk zichtbare aangeboren afwijkingen aanwezig zijn. Dit komt niet vaak voor maar kan wel de oorzaak van de stuitligging zijn. De gynaecoloog bekijkt ook de stand van het hoofd van uw baby, de hoeveelheid vruchtwater, ligging van de placenta en eventuele myomen of andere afwijkingen die de ingang van het bekken blokkeren.

Er zijn 3 mogelijkheden voor de verdere begeleiding:

  • de gynaecoloog probeert uw baby naar een hoofdligging te draaien (versie);
  • u bevalt vaginaal van uw baby in stuitligging;
  • u bevalt door middel van een keizersnede, na 39 weken zwangerschapsduur. 

De gynaecoloog bespreekt met u welke mogelijkheden in uw situatie haalbaar zijn.

>

Voorbereiding

Voor het draaien wordt u kort opgenomen op de afdeling Verloskunde. Uw blaas moet op de dag van het draaien leeg zijn. 

Vaginale bevalling

Aan het einde van de zwangerschap bespreekt de gynaecoloog met u en uw partner of een gewone bevalling veilig is of dat een keizersnede beter is. Voor een veilige vaginale bevalling gelden enkele voorwaarden:

  • er waren geen ernstige problemen bij een vorige bevalling;
  • het geschatte gewicht van de baby is niet te hoog;
  • het hoofd van de baby in de buik ligt voorover en niet achterover gebogen;
  • er is enige indaling van de stuit (de billen van de baby) in het bekken;
  • de ontsluiting en het persen vorderen goed tijdens de bevalling.

U maakt na een gesprek met uw gynaecoloog de keuze. Voorwaarde is dat de gynaecoloog die de eventuele vaginale bevalling begeleidt, deze keuze verantwoord vindt.

In de volgende situaties heeft u geen keuze:

  • het is te laat voor een keizersnede: de baby staat op het punt geboren te worden;
  • het is te vroeg voor een keizersnede: een keizersnede wordt na 38 weken gedaan omdat anders het risico op ademhalingsproblemen bij de baby te hoog is;
  • de gynaecoloog vindt het niet verantwoord u vaginaal te laten bevallen omdat: de baby te groot is, niet gunstig ligt, de vorige bevalling moeizaam verliep, de ontsluiting of het persen tijdens deze bevalling niet voldoende vordert of de harttonen van de baby verslechteren.


Als de bevalling eerder dan 38 weken spontaan begint en een keizersnede al gepland was, wordt de keizersnede wel voor 38 weken zwangerschap gedaan.

Het maken van een keuze

Zet alle argumenten zo goed mogelijk op een rij. Veel ouders denken dat de keizersnede de veiligste manier is, maar dit heeft ook nadelen.

>

Het draaien

Een baby in stuitligging wordt gedraaid omdat de risico’s voor moeder en kind het kleinst zijn bij een vaginale geboorte in hoofdligging. De kans op een keizersnede is dan ook kleiner.

Voor 36 weken zwangerschapsduur draaien veel kinderen zelf nog naar een hoofdligging. Het is daarom verstandig pas ná deze termijn het kind te draaien. Dit kan bijna altijd nog tot aan de bevalling.

Hoe verloopt het draaien?

Eerst maakt de arts een hartfilmpje (CTG). Er wordt ook een echo gemaakt om te zien of de baby nog steeds in stuitligging ligt. Indien dit zo is en het CTG goedgekeurd is, krijgt u een injectie met een medicijn dat de baarmoeder ontspant. Dit vergemakkelijkt het draaien van de baby. Een bijwerking van dit medicijn is dat uw hart een aantal uren sneller klopt.

Het is belangrijk dat u zo ontspannen mogelijk ligt en uw buikspieren niet aanspant. Een kussen onder uw knieën helpt daarbij. De gynaecoloog pakt met één hand de billen van de baby en met de andere hand het hoofd van de baby. Door nu de billen omhoog en het hoofd geleidelijk naar beneden te bewegen zal het kind zelf verder draaien. Hoe lang het draaien duurt, verschilt van 30 seconden tot meer dan 5 minuten. Na afloop wordt er weer een CTG gemaakt om de hartslag van de baby te controleren.

In een aantal gevallen draait de gynaecoloog de baby niet:

  • als tijdens een vorige bevalling uw placenta helemaal of gedeeltelijk heeft losgelaten voordat de baby werd geboren;
  • bij vaginaal bloedverlies;
  • bij een meerlingzwangerschap;
  • als uw baarmoeder een afwijkende vorm heeft.
  • als de CTG niet goed is;
  • als de baby bloedarmoede heeft gekregen door aanwezigheid van bepaalde antistoffen in uw bloed.

Het resultaat

Het is niet te voorspellen of het draaien lukt. Hoe vroeger in de zwangerschap en hoe meer vruchtwater, hoe gemakkelijker het is om de baby te draaien. De keerzijde is dat de de kans groot is dat de baby zelf weer terug draait.

Draaien is moeilijker als er weinig vruchtwater is en/of de baby groter is, of als de placenta op de voorwand van de baarmoeder ligt. Hoe kleiner en zwaarder u zelf bent, hoe moeilijker het draaien wordt.

Bij een eerste zwangerschap zijn de baarmoeder en de buikwand nog stevig en zal het draaien minder kans op succes hebben dan bij een volgende zwangerschap. Gemiddeld is de kans van slagen van het draaien van een stuitligging ongeveer 40 procent.

>

Gevolgen en complicaties van het draaien

Voor de moeder zijn er geen gevaren. Wel kunt u last hebben van bijwerkingen van het medicijn om de baarmoeder te ontspannen. Dit gaat vanzelf over. De buik kan door het duwen en draaien een paar dagen gevoelig en pijnlijk zijn. Dit kan geen kwaad voor de baby. Na het draaien is de hartslag van de baby soms wat trager maar deze wordt vanzelf weer normaal. Een enkele keer blijven de harttonen afwijkend. Het kan dan nodig zijn een keizersnede te doen.

Na het draaien neemt u contact op met de polikliniek Verloskunde via nummer (0515) - 48 83 20:

  • bij toenemende buikpijn;
  • bij bloedverlies;
  • als u vindt dat de baby minder beweegt.

Na het draaien

Bent u rhesus D negatief, dan krijgt u na afloop van de draaipoging een injectie met anti-D. Als het is gelukt om de baby te draaien, wordt u weer verwezen naar uw verloskundige. U mag thuis bevallen als u geen andere medische indicatie heeft.

Is de baby uit zichzelf weer terug gedraaid naar een stuitligging, dan kan opnieuw gedraaid worden. Dit gebeurt meestal na een week. Blijft de baby in stuitligging, dan moet u de rest van de zwangerschap en voor de bevalling onder controle blijven van de gynaecoloog.

>

Bevalling of keizersnede

Een stuitbevalling lijkt in veel opzichten op de bevalling van een kind in hoofdligging. De bevalling bestaat uit 3 fasen: ontsluiting, persen en de periode na de geboorte.

Controle van de hartslag van uw baby gebeurt uitwendig via de buik, of inwendig via een elektrode op de bil van uw baby.

De ontsluiting verloopt iets anders bij een stuitbevalling. De billen, benen of voeten van uw baby liggen naar beneden en drukken op de baarmoedermond. Omdat deze kleiner zijn dan het hoofdje, kunnen zij sneller door de baarmoedermond zakken. U kunt daardoor persdrang krijgen terwijl u nog geen volledige ontsluiting heeft. De gynaecoloog die u begeleidt, vraagt u dan ook nog niet te gaan persen.

Vanaf het persen bij een stuitbevalling wordt altijd het voeteneinde van het bed weggehaald. Uw benen plaatst u dan in de beensteunen. Het persen gaat hetzelfde als bij een baby in hoofdligging. Als het lichaam van de baby geboren is tot ongeveer halverwege, vraagt de gynaecoloog u te zuchten en te stoppen met persen. In de volgende wee kan dan het volledige hoofd van de baby verschijnen. Soms wordt dan gedrukt op het gebied boven uw schaambeen. Dit zorgt er voor dat het hoofd goed door uw bekken gaat.

Er zijn 2 scenario's:

  • bij een onvolkomen stuitligging worden eerst de billen zichtbaar, daarna de rest van het lichaam en de armen en tot slot het hoofd;
  • bij een volkomen stuitligging worden eerst een of twee beentjes zichtbaar en daarna volgen billen, rug en buik, de armen en tot slot het hoofd.
>

Na de bevalling of keizersnede

Op de lange termijn is er geen verschil tussen kinderen in stuitligging die via een keizersnede en vaginaal zijn geboren. Hun ontwikkeling verloopt hetzelfde en er is geen grotere kans op sterfte. Onderzoek onder tweejarige kinderen toonde dat de gezondheid van couveusekinderen niet verschilde van kinderen die niet in een couveuse hebben gelegen.

De kans op complicaties voor de moeder is bij een bevalling in stuitligging niet groter dan bij een bevalling in hoofdligging. Wel is er meer kans dat de gynaecoloog tijdens de bevalling besluit om een keizersnede te doen.

Baby's in stuitligging die normaal geboren worden, komen kort na de geboorte 10 keer vaker op de couveuseafdeling terecht dan baby's geboren na een keizersnede. Reden voor de opname is dat de baby na de geboorte behoefte aan extra zuurstof heeft of geholpen moet worden bij de ademhaling. Een andere reden is een beschadiging van de baby tijdens de geboorte. Bijvoorbeeld een botbreuk, zenuwbeschadiging of hersenbloeding. Dit komt niet vaak voor, maar wel 2 keer vaker na een gewone bevalling dan na een keizersnede.

Mogelijke complicaties bij een keizersnede

De kans op ernstige complicaties door een keizersnede is voor gezonde zwangeren klein, maar altijd groter dan na een gewone bevalling. Het gaat hier om niet-levensbedreigende complicaties. Sommige complicaties kunnen ook na een gewone bevalling voorkomen zoals bloedarmoede of trombose.

Door een keizersnede zit er een litteken in de baarmoeder. Dit is een nadeel bij een volgende bevalling. U krijgt na een keizersnede het advies om bij een volgende zwangerschap in het ziekenhuis te bevallen. Het litteken in de baarmoeder geeft een verhoogde kans op complicaties:

  • het openscheuren van het litteken;
  • de placenta kan voor de opening van de baarmoeder gaan liggen;
  • de placenta kan vergroeien in de baarmoeder. Dit geeft veel bloedverlies na de bevalling. 

Deze complicaties komen weinig voor maar wel vaker na een keizersnede dan na een gewone bevalling. Andere complicaties als gevolg van de keizersnede zijn:

  • nabloeding in de buik;
  • bloeduitstorting in het wondgebied;
  • wondinfectie;
  • beschadiging van de blaas;
  • blaasontsteking.

Een enkele keer is het bij een keizersnede moeilijk een baby in stuitligging uit de baarmoeder te halen. Er kan dan een (zenuw)beschadiging ontstaan. Als de keizersnede te vroeg in de zwangerschap wordt gepland, kan de baby longproblemen krijgen. Opname op de couveuseafdeling is dan nodig. Daarom vindt bij een stuitligging geen keizersnede voor de 39ste week van de zwangerschap plaats.

>

Meer informatie

Als uw baby in een stuitligging ligt, heeft u wellicht veel vragen. Bespreek al uw ideeën, twijfels en zorgen gerust met de gynaecoloog.

Uitgebreide informatie vindt u in de folders aan de rechterzijde van de pagina.

Heeft u toch nog vragen? Neem dan gerust contact op met de polikliniek Verloskunde via nummer 0515 - 48 89 83 of kijk bij veelgestelde vragen.

Antonius Ziekenhuis Sneek
Bolswarderbaan 1, 8601 ZK, Sneek
T 0515 - 48 88 88
Antonius Ziekenhuis Emmeloord
Urkerweg 4, 8303 BX, Emmeloord
T 0527 - 62 04 60
Thuiszorg Zuidwest Friesland
Bolswarderbaan 3, 8601 ZK, Sneek
T 0515 - 46 11 00